Dag 9 – Van de Sahara naar de Lars Homestead
Sommige dagen van een reis onthoud je omdat er ontzettend veel gebeurt. Andere omdat alles langzaam naar één bijzonder moment toewerkt.
Dag 9 is zo’n dag.
We worden wakker in Ksar Ghilane, midden aan de rand van de Sahara. Het zand, de palmen en de stilte die gisteren nog het decor vormden van onze woestijndag liggen er in het vroege ochtendlicht opnieuw prachtig bij. Maar vandaag trekken we verder. We verlaten de woestijn en rijden richting Tozeur, aan de andere kant van een van de meest bijzondere landschappen van Tunesië: Chott el Djerid.
En ergens daar, aan het einde van deze dag, wacht een klein bouwwerk midden in een eindeloze leegte.
Een plek die voor miljoenen Star Wars-fans onmiddellijk herkenbaar is.
De Lars Homestead.
Maar voordat we daar staan, ligt er nog een complete reisdag voor ons.
Afscheid van Ksar Ghilane
Na het ontbijt pakken we onze spullen en maken we de auto’s weer klaar voor vertrek. Ksar Ghilane is zo’n plek waar je gemakkelijk nog een dag zou kunnen blijven hangen. De oase, de warmwaterbron, de palmbomen en de zandduinen geven het gevoel dat je veel verder van de bewoonde wereld bent dan in werkelijkheid het geval is.
Ook de kamelen horen hier bijna vanzelfsprekend bij het landschap.
Waar we in Nederland bij het woord ‘verkeer’ denken aan auto’s, fietsers en vrachtwagens, kan het hier zomaar gebeuren dat een groep kamelen het beeld bepaalt. Soms met een begeleider, soms op enige afstand van de weg, rustig voortbewegend door een landschap waarin ze al eeuwenlang thuishoren.
Het zijn van die beelden waarvoor je vanzelf even langzamer gaat rijden.
Niet omdat het moet, maar omdat je wilt kijken.
Want dit is precies waarvoor we hier zijn.
We laten Ksar Ghilane achter ons en zien het landschap langzaam veranderen. De hoge zandduinen verdwijnen steeds verder achter ons. De horizon wordt breder, de kleuren lichter en de afstanden lijken groter.
De weg voor ons lijkt soms rechtstreeks de leegte in te lopen.
Op weg naar Chott el Djerid
Hoe verder we naar het westen rijden, hoe meer het landschap zich opent.
Hier geen drukke steden of grote toeristische attracties. Vooral ruimte. Heel veel ruimte.
Af en toe zien we een kleine nederzetting, een kudde dieren of een enkele auto. Daarna is er weer alleen de weg, de hemel en een horizon die bijna eindeloos lijkt.
Dit is een van de momenten waarop het self-drivekarakter van Tatooine Trails volledig tot zijn recht komt. We zitten niet achter het raam van een touringcar en worden niet van halte naar halte gebracht. We rijden hier zelf.
Met onze eigen groep auto’s trekken we door het zuiden van Tunesië, steeds verder richting een landschap dat verdacht veel begint te lijken op een andere planeet.
En dan verschijnt uiteindelijk de Chott el Djerid.
Een zee zonder water
Chott el Djerid is enorm.
Met een oppervlakte van duizenden vierkante kilometers behoort deze zoutvlakte tot de grootste van Noord-Afrika. Vanaf de rand lijkt het soms alsof je naar een bevroren zee kijkt. Witte zoutkorsten glinsteren in het zonlicht en aan de horizon lopen aarde en lucht vrijwel ongemerkt in elkaar over.
Door de hitte ontstaan luchtspiegelingen. In de verte lijkt soms water te liggen waar helemaal geen water is. Objecten lijken boven de horizon te zweven en afstanden zijn moeilijk in te schatten.
Het landschap speelt met je ogen.
En juist daardoor voelt het buitenaards.
Op sommige plekken lopen wegen en goed herkenbare sporen over of langs de Chott. Daar kunnen we met onze SUV’s prachtig doorheen rijden. Maar een zoutvlakte is niet simpelweg één gigantische harde witte parkeerplaats waarop je overal dezelfde ondergrond hebt.
Onder een droge, stevige zoutkorst kan modder of zachtere grond zitten. De omstandigheden veranderen bovendien door regen, temperatuur en het seizoen. Een stuk dat er vanaf een afstand keihard uitziet, kan een paar meter verder verrassend zacht zijn.
Daarom volgen we de bestaande routes en sporen.
En eigenlijk maakt dat het alleen maar interessanter.
Je kijkt ineens anders naar die enorme witte vlakte. Niet als een lege ruimte die je zomaar kunt doorkruisen, maar als een levend landschap waarvan je aan de oppervlakte maar een deel ziet.
We stoppen onderweg natuurlijk regelmatig.
Even uitstappen.
De warmte voelen.
Foto’s maken.
En vooral: om je heen kijken.
Want hoeveel foto’s je hier ook maakt, op een beeldscherm krijg je nauwelijks vastgelegd hoe groot deze plek werkelijk is.
Tozeur
Aan de westkant van Chott el Djerid verandert het landschap opnieuw en bereiken we Tozeur.
Na de uitgestrektheid van de zoutvlakte voelt de stad bijna als een explosie van leven. Palmbomen, verkeer, winkels, mensen en de kenmerkende zandkleurige architectuur nemen het beeld over.
Tozeur is een eeuwenoude oasestad en staat bekend om zijn enorme palmenoase en karakteristieke baksteenarchitectuur. Geometrische patronen in de gevels geven delen van de stad een heel eigen uitstraling.
Maar voor ons heeft Tozeur nóg een betekenis.
De stad vormt de uitvalsbasis voor een aantal van de beroemdste Star Wars-locaties in Tunesië.
We rijden eerst naar ons hotel.
Auto’s parkeren. Bagage naar binnen. Even opfrissen.
Misschien even zitten.
Maar echt rustig worden?
Waarschijnlijk niet.
Want we weten allemaal wat er nog op het programma staat.
Nog drie kilometer
Later op de dag stappen we opnieuw in de auto’s.
We rijden Tozeur uit en gaan terug richting de leegte.
De bebouwing verdwijnt achter ons. Palmbomen worden schaarser. De wereld wordt opnieuw vlakker en leger.
Tot we uiteindelijk de auto’s achterlaten.
Vanaf hier gaan we te voet verder.
Ongeveer drie kilometer.
Drie kilometer klinkt niet indrukwekkend.
Totdat je hier staat.
Voor je ligt een enorme open vlakte. Geen gebouwen. Nauwelijks herkenningspunten. Alleen zand, zout, lucht en ergens heel ver voor ons een stipje waarvan je weet wat het is.
De Lars Homestead.
We beginnen te lopen.
De warmte van de dag hangt nog boven de vlakte. Bij iedere stap voel je het zand en de harde ondergrond onder je schoenen. De warme lucht slaat tegen je gezicht en de zon staat nog altijd fel boven het landschap.
Achter ons worden de auto’s langzaam kleiner.
Voor ons lijkt de Homestead nauwelijks dichterbij te komen.
En juist dat maakt deze wandeling zo bijzonder.
Want je rijdt hier niet even naartoe, stapt uit, maakt een foto en rijdt weer verder.
Je moet ernaartoe.
Stap voor stap.
Door hetzelfde lege landschap dat je zo vaak op het scherm hebt gezien.
En dan staat hij daar
Langzaam wordt het stipje groter.
De vorm wordt herkenbaar.
Een koepel.
Een ingang.
En ineens is er dat moment waarop je niet meer naar een object in de verte kijkt.
Je kijkt naar de Lars Homestead.
Kippenvel.
Zelfs in de woestijn.
Voor iedereen die als kind naar Star Wars keek, is dit een van die beelden die diep in het geheugen zitten. Luke Skywalker die naar buiten loopt. De eindeloze vlakte. De horizon. Twee zonnen die ondergaan boven Tatooine terwijl de muziek van John Williams begint.
Een jonge Luke die naar de horizon kijkt en droomt van een leven ergens anders.
En nu lopen wij hier zelf.
De laatste honderden meters voelen anders dan de kilometers daarvoor. De gesprekken worden vanzelf wat minder. Iedereen kijkt vooruit.
Het zand straalt de warmte terug in je gezicht. De lucht trilt boven de vlakte. Onze schaduwen bewegen met ons mee over de grond.
Nog honderd meter.
Nog vijftig.
En dan staan we ervoor.
Midden in vrijwel niets.
De Lars Homestead
De koepel die hier staat is misschien niet groot of indrukwekkend wanneer je hem puur als bouwwerk bekijkt.
Maar daar gaat het helemaal niet om.
Dit is een van de meest iconische locaties uit de filmgeschiedenis.
De buitenopnamen van de Lars Homestead werden hier gebruikt voor Star Wars: A New Hope en later opnieuw voor Attack of the Clones. Voor de prequelfilms keerde George Lucas dus terug naar dezelfde Tunesische zoutvlakte die decennia eerder al model had gestaan voor Tatooine.
En wanneer je hier staat, begrijp je onmiddellijk waarom.
Er is bijna niets nodig.
Geen enorme filmset.
Geen stad.
Geen digitale achtergrond.
Alleen die koepel, de vlakte en de horizon.
De rest doet het landschap zelf.
We nemen hier de tijd.
Geen haast.
Foto’s natuurlijk. Heel veel foto’s waarschijnlijk.
Maar hopelijk ook een paar minuten zonder camera.
Gewoon kijken.
Want dit is een van die plekken waar je even moet beseffen waar je staat.
Voor Maik en mij persoonlijk is dat misschien nog wel extra bijzonder. Als je al sinds je jeugd samen naar Star Wars kijkt, tientallen jaren later besluit om zelf naar Tunesië te reizen en uiteindelijk een complete reis rond die passie bouwt, dan is dit niet zomaar een volgende locatie op een route.
Dit is zo’n plek waar alles samenkomt.
Vriendschap.
Reizen.
Film.
Avontuur.
En een jongensdroom die ruim veertig jaar later ineens gewoon voor je staat.
Terug naar Tozeur
En uiteindelijk moeten we toch weer terug.
De Homestead wordt achter ons langzaam kleiner terwijl we dezelfde drie kilometer teruglopen. De temperatuur wordt aangenamer en de kleuren van de woestijn veranderen met het laatste licht.
Waar de heenweg nog vol verwachting zat, voelt de terugweg anders.
Rustiger.
We hebben hem gezien.
We hebben er gestaan.
We hebben Tatooine niet alleen vanuit een auto bekeken of op een foto gezien.
We zijn er letterlijk naartoe gelopen.
Terug in Tozeur wacht een compleet andere wereld. Licht, geluid, geuren en mensen nemen de plaats in van de stilte van de zoutvlakte.
We zoeken de medina van Tozeur op en sluiten de dag af met een diner.
Tunesisch eten op tafel. Iets kouds te drinken. Verhalen over de dag.
En waarschijnlijk worden de eerste foto’s al bekeken.
Kamelen.
Woestijn.
Chott el Djerid.
Die eindeloze horizon.
En steeds opnieuw dat ene kleine witte bouwwerk midden in de leegte.
Morgen wacht opnieuw een bijzondere Star Wars-dag.
Maar vanavond hoeft er even niets meer.
Want vandaag zijn we naar het huis van Luke Skywalker gelopen.
Vandaag waren we echt op Tatooine.
Reactie plaatsen
Reacties